‘Bouwen aan de economie van morgen’

16 november 2018

“Ondernemingen moeten permanent laten zien dat ze van toegevoegde waarde zijn voor hun omgeving. De uitdagingen zijn divers en zowel economisch als sociaal en maatschappelijk van aard. Het begrip arbeidsmarkt vind ik ouderwets. Ik spreek liever in termen van human capital. Organisaties als Werk en Vakmanschap moeten naar mijn idee inzetten op het aantrekken, ontwikkelen en verbinden van talenten met de competenties en technologieën van de toekomst.”

Jan Pelle is directeur van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), met als aandeelhouders de provincie Noord-Brabant en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De BOM is een publieke onderneming die een brug slaat tussen kennisinstellingen, ondernemers en overheid. “We bouwen aan de economie van morgen”, vertelt Pelle. “Dat doen we door samen met ondernemers nieuwe ontwikkelingen te omarmen. Zo investeren we bijvoorbeeld in start-ups en scale-ups. We zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven en voor het behoud van werkgelegenheid. We helpen Brabantse bedrijven die hun vleugels willen uitslaan in het buitenland én we stimuleren de ontwikkeling van duurzame energieprojecten.”

Weerbaarheid en veerkracht

Deze maand is Pelle tien jaar in functie en hoewel terugkijken lastig is, kan hij wel degelijk een succes noemen waar hij trots op is. Juist ook omdat de toevoegde waarde van de BOM hier zo duidelijk in spreekt. “Toen het massaontslag dreigde bij Organon in Oss hebben we samen met verschillende overheden en de Amerikaanse eigenaar MSD dit verdriet omgezet in een hoopvol nieuw begin. We hebben een Life Sciences Park ontwikkeld, dat inmiddels omgedoopt is tot Pivot Park. De BOM heeft enkele ondernemers geholpen bij het zetten van de eerste stappen. Inmiddels is er met 600 banen meer werkgelegenheid dan voorheen en hebben we zelfs de eerste bedrijven al kunnen vérkopen. Het is een mooi voorbeeld dat je met weerbaarheid en veerkracht heel ver kunt komen.”

Maakindustrie is springlevend

Pelle is trots op de provincie waarin hij actief is. Neem de maakindustrie: de provincie Noord-Brabant is goed voor maar liefst 27% van de industriële toegevoegde waarde van Nederland. “De maakindustrie is springlevend en heeft nog nooit zo goed gedraaid als op dit moment. Onze provincie is het kloppend hart van industrieel Nederland. We zijn wereldleider in het segment High Complexity/Low Volume machines, precisietechnologie dus. De aanwezigheid van Philips is hierbij leidend geweest. Dit bedrijf was een bron van innovatie. Veel bedrijven komen daaruit voort. Daarnaast hebben we een sterke Technische Universiteit in Eindhoven en de Brabantse mentaliteit waarbij ondernemers elkaar opzoeken. In mijn ogen is dat laatste dominant voor de Brabantse economie. Je hebt creativiteit en samenwerking nodig om succesvol te kunnen zijn.”

Human capital

Om de groei van de maakindustrie te faciliteren, is het nodig om talenten aan te trekken en daarnaast aandacht te besteden aan goed wonen en leven en een adequate infrastructuur. “Wat betreft human capital betekent dit dat bedrijven én medewerkers zich moeten voorbereiden op nieuwe technologieën. Zo hebben we op termijn duizenden datawerkers nodig. Investeren in human capital moet in mijn ogen een onlosmakelijk onderdeel zijn van een economische strategie. Dat is absoluut noodzakelijk om je concurrentiepositie, ook in de toekomst, te behouden. Verder is aandacht nodig voor het circulair maken van onze industrie. Dat we die kant op moeten, is onvermijdelijk. Lukt ons dat allebei, dan wordt Nederland opnieuw wereldleider.”