Docent aan het woord

05 oktober 2017

Dirk Zuidema heeft qua opleiding een achtergrond in de autotechniek en werktuigbouwkunde. Na wat verschillende werkervaringen, ging Dirk via het arbeidsbureau (voorloper CWI) aan de slag bij Centrum Vakopleidingen, een omscholingstak van het arbeidsbureau. Zij geven trainingen om mensen voor de arbeidsmarkt op te leiden, dus trainingen op het gebied van metselen, timmeren, installatietechniek, metaal, magazijn en operators. Hier kwam hij voor het eerst met het docentschap in aanraking. Hij gaf les en zocht ook stageplaatsen voor de deelnemers, om ze vervolgens te begeleiden. Hij heeft zijn HBO Personeel en Arbeid destijds in deeltijd behaald. In 2003 is hij bij het ROC gestart, waar hij specifiek koos voor procestechniek. Hier werkt Dirk met de doelgroep BBL. Deze doelgroep spreekt hem erg aan. Er is een directe link met bedrijven en medewerkers.

 

Waarom procestechniek en wat zijn de verschillen tussen het onderwijs nu en het onderwijs voorheen?

“De procestechniek is erg divers, denk aan mogelijkheden binnen de voeding, metaal, etc. Het is een vakgebied met veel inhoud en mogelijkheden. Het vakgebied is voortdurend in beweging en de branche kan alleen maar bestaan als je topprestaties levert. Hier moet je echt in meegaan. Docenten worden bijgeschoold op het gebied van manufacturing, maar ook op technisch gebied. In de toekomst komen er zelfs docentenstages”, aldus Dirk Zuidema.
Er zijn zeker verschillen met het onderwijs op het gebied van procestechniek nu in vergelijking met toen hij in 2003 begon. “Destijds was er 1 methodiek. Iedereen deed hetzelfde. Er was een landelijke aansturing en de ROC’s waren uitvoerders. Nu zijn er meerdere methodieken en verschillende aanbieders. Dit versterkt het vakgebied. Bovendien wordt de rol van de praktijk steeds belangrijker. Het onderwijs is competentiegericht, de opleiding komt veel dichterbij de werkvloer. Ook heeft de leerling zelf wat te kiezen, er zijn keuzedelen (zoals kunststof, levensmiddelen, mechanisch, proces, lean, etc.). De opleiding betreft algemene operatorvaardigheden (gelden voor elke operator/elk bedrijf, zoals kwaliteit en veiligheid). Daarnaast is er veel aandacht voor het specifieke deel, de genoemde keuzedelen.”

 

Wat is je visie betreffende het tekort aan geschoold personeel en wat kunnen we hier aan doen?

“Er is te weinig aandacht voor techniek, het wordt wel steeds beter. Eerst was de samenleving met name gericht op het aanbieden van diensten, nu ziet iedereen steeds meer in dat industrie nodig is voor een goede basis. We doen al veel om procestechniek te promoten, maar het kan nog beter. Het is zo’n diverse sector! Samenwerkingsinitiatieven (denk aan Praktijkcentrum Procestechniek, Muziek in de procestechniek) zijn erg belangrijk. Bedrijven die met andere bedrijven samenwerken en ook met scholen. Er is al veel goed werk gedaan. Ook belangrijk is hoe je omgaat met de jeugd. Er wordt aan de voorkant veel moeite gedaan om ze de branche in te krijgen. Maar net zo belangrijk is, hoe houd je ze erin? Denk aan arbeidsvoorwaarden die op orde zijn en opleidingsmogelijkheden. Maar laat jongeren ook groeien in gedrag. Meer begeleiding. Niet direct afstraffen en zeggen mentaliteit deugt niet. Maar ook wat kan een bedrijf hieraan doen. Wat zijn de juiste voorwaarden? Soms zie je wel eens dat organisaties veel moeite doen om iemand binnen te krijgen. Eenmaal binnen moeten ook de voorwaarden goed zijn. De opleiding is pittig en wordt er best wat van iemand verwacht. Investeer ook genoeg in tijd en begeleiding. Belangrijk om je hiervan bewust te zijn en te blijven. Hoe begeleid je de jeugd samen naar volwassenheid. Dit geldt trouwens ook voor zij-instromers. Je ziet in de procestechniek ook veel zij-instromers.”

 

BBL

Dirk is erg enthousiast over deze doelgroep. Met deze groep werkt hij erg graag, hij zou niet anders willen. “Geweldige doelgroep! Waren niet allemaal voorbestemd om in de procestechniek te gaan werken, maar is hen ‘overkomen’ (bijvoorbeeld gestart met uitzendbaan in de productie en vervolgens de kans op een leerwerktraject gekregen). Als ze dan hun plek hebben gevonden, is dat geweldig. Zoveel verschillende type mensen die de procestechniek in komen, met verschillende achtergronden en niveaus. Ook bijvoorbeeld iemand met enkele jaren universiteit, die zijn opleiding niet heeft afgemaakt maar in de procestechniek zijn roeping heeft gevonden! Opleiden in procestechniek is erg belangrijk (Dirk leidt mensen op niveau 2, 3 en 4 op). Eerder had de procestechniek een negatief imago (zwaar en ongeschoold werk), maar door ontwikkelingen is dit nu compleet veranderd. Van een relatief ‘kansloos’ beroep naar Kansrijk! En ook voor vrouwen. Zwaar werk wordt steeds meer door de installaties gedaan. Carrièremogelijkheden zijn er zeker. Als straks de schaarste minder wordt (meer beschikbare operators) dan komen er ook mogelijkheden voor parttime werken (bijvoorbeeld diensten van 6 uur). Volop ontwikkelingen en erg divers!”

 

Samenwerking Werk en Vakmanschap

Ervaringen met Werk en Vakmanschap gaan al langer terug. Dirk is zeker positief! “De constructie van Werk en Vakmanschap (duurzame/structurele inzet van mensen) en de extra begeleiding is een goede combinatie. ROC krijgt extra ondersteuning, Werk en Vakmanschap is een goede schakel om doelstellingen van de organisatie te vertalen naar het leertraject van de leerling. De praktijkdocenten hebben toch wat meer contact met de directe begeleider van de leerling op de werkvloer. Werk en Vakmanschap levert daarnaast input vanuit het contact met HR (doelstellingen organisatie). Er is extra contact, wat speelt er en hoe gaat het met de doelstellingen, steeds samen afgestemd. Werkt voor school goed; er samen voor zorgen dat de doelstellingen inzake het leerwerktraject en daarmee de eindstreep wordt behaald. Werk en Vakmanschap zorgt voor structurele oplossing op het gebied van gekwalificeerd personeel. Dit samen met de extra begeleiding kun je spreken van een grote toegevoegde waarde.”