‘Er ontstaat een breuklijn tussen de cans en de cannots´

24 januari 2018

“In het Nederland van 2050 is het belangrijk om netwerken te kunnen opbouwen en te weten waar je kennis kunt vinden. Het is goed om daar nu al rekening mee te houden in de leerplannen van scholen.” Aan het woord is Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Hij is optimistisch over de ontwikkelingen in het onderwijs.

 

Putters signaleert dat ons land polariseert. Hij ziet scheidslijnen tussen hoog- en laagopgeleid, tussen oud en jong en tussen autochtonen en mensen met een migratieachtergrond. Hun kansen op de arbeidsmarkt lopen sterk uiteen. “Laat ik beginnen met te zeggen dat er altijd verschillen zullen zijn. De klassieke verzorgingsstaat probeert deze verschillen hanteerbaar te houden. Echter, door allerlei factoren zijn we hier minder toe in staat. De beschikbare compensatie is niet altijd voldoende om zowel het gevoel van achterstelling, als de feitelijke achterstelling weg te nemen. Zo ontstaat een nieuwe breuklijn in de samenleving. Die ligt niet tussen de havesen havenots, maar veel meer tussen de cans en de cannots. Met andere woorden tussen mensen die de vaardigheden bezitten om mee te draaien en diegenen voor wie het allemaal te veel wordt.”

 

Leren samenwerken

Daags voor het interview presenteert de Sociaal Economische Raad (SER) een advies aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarin wordt gewaarschuwd voor een dreigende mismatch tussen mbo en bedrijfsleven. Putters onderschrijft dit geluid van de SER. Het sluit aan bij de publicatie ‘Beroep op het mbo’ waarin het SCP beschrijft hoe het mbo studenten het beste kan opleiden voor de banen van morgen. Daaruit blijkt onder andere dat alleen vakkennis en vakvaardigheden niet genoeg zullen zijn. Ook persoonlijkheidskenmerken en leren samenwerken worden steeds belangrijker.

 

Een leven lang leren

“Ik zie positieve ontwikkelingen. Het mkb werkt samen met nieuwe vakscholen. Bovendien neemt de samenwerking met mbo- en hbo-onderwijs toe. Er is meer uitwisseling en dat is belangrijk. Leerroutes in de toekomst kennen minder standaardisering en stratificatie dan nu. Doordat de samenleving en arbeidsmarkt steeds sneller veranderen, neemt de noodzaak van een leven lang leren toe. Om die reden is het belangrijk dat ook docenten blijven leren. Hun vakken veranderen zo snel, dat ze regelmatig ook zelf terug de praktijk in moeten om bij te blijven in hun vak.”

 

Inclusieve arbeidsmarkt

Wat betreft de arbeidsmarkt geeft Putters aan kritisch te zijn geweest op de Participatiewet en het verdwijnen van de rol van de socialew erkplaatsen. “Op een inclusieve arbeidsmarkt krijgen ook mensen met een arbeidsbeperking een kans. Maar zelfs de overheid lukt het niet deze arbeidsplaatsen te realiseren. En werkgevers willen wel, maar een groot deel van hen is niet bekend met de regelingen waaronder dit kan plaatsvinden. Voorheen zorgden sociale werkplaatsen voor detachering en begeleiding van deze mensen én hun werkgevers. Natuurlijk was een nadeel dat deze mensen veelal in een apart bedrijf werkten. Nu zie je verschillende variaties ontstaan. We volgen dit nadrukkelijk en evalueren de Participatiewet, want uiteindelijk is het het resultaat dat telt.” .

 

Black box

Op de vraag of hij technische bedrijven nog een advies wil meegeven, is Putters heel helder. Zijn insteek is vroeg met jongeren in contact komen. “De techniek is voor veel kinderen nog steeds een black box. Het is daarom belangrijk om ze er vroegtijdig mee te laten kennismaken. Ik ben erg enthousiast over de activiteiten, waar jongeren met een migratie achtergrond worden gestimuleerd om te kiezen voor opleidingen en banen in de zorg en de techniek.”