Op zoek naar de rode draad in succesvolle samenwerkingsverbanden

17 oktober 2019

Thea Koster, lid van het College van Bestuur van Deltion College Zwolle, is sinds mei dit jaar de nieuwe voorzitter van de Landelijke Regiegroep Techniekpact. Zij zal zich tot eind 2020 inzetten voor een optimale afstemming tussen landelijk beleid en regionale uitvoering van het Techniekpact. “Op tal van plaatsen werken onderwijs en bedrijfsleven samen. Ik hoop eind volgend jaar het kabinet de rode draad in succesvolle samenwerkingsverbanden te kunnen presenteren.”

Het Techniekpact is in 2013 opgericht door bedrijven, overheden, vakbonden en scholen. Onder aanvoering van Doekle Terpstra is een infrastructuur ontstaan waarbinnen overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven elkaar hebben gevonden en samenwerken voor aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. “Mijn rol als voorzitter is anders. Door Terpstra zijn er ontzettend veel initiatieven ontplooid, van Maastricht tot Zwolle en van Zaandam tot Eindhoven. Waar ik nu in geïnteresseerd ben, is wat wérkt en wat niet. Ik hoop zo, dwars door alle voorbeelden heen, een bijdrage aan het Techniekpact te kunnen leveren, waarmee alle regio’s verder komen.”

Noodzaak van dure apparatuur

Hoewel de samenwerking tussen overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven goed functioneert, stagneert de instroom van studenten in de techniek. Dit blijkt uit cijfers van de Techniekpact Monitor 2019. Koster nuanceert dit. “De instroom op de bèta-profielen op havo en vwo neemt toe, maar op het vmbo niet. Voor veel vmbo-scholen is het technisch praktijkonderwijs lastig te organiseren. Juist hier hebben scholen behoefte aan vaak dure apparatuur. Ik zie in de regio waar ik als ROC-bestuurder actief ben, dat het bedrijfsleven bereid is apparatuur, ruimtes en gekwalificeerd personeel ter beschikking te stellen. We hebben die voeding vanuit de technische bedrijven nodig. Ik ben ervan overtuigd dat het een kwestie van tijd is, dat ook op vmbo-scholen het aantal techniekleerlingen groeit. Hierbij spelen de regionale plannen, waar momenteel in het kader van vmbo techniek aan wordt gewerkt, een essentiële rol.”

Onderwijs hoger op de agenda

Ondanks dat op veel plaatsen de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven goed is, mag dit wat Koster betreft bij sommige bedrijven wel wat hoger op de agenda. “Het is wel bijzonder: gaat het economisch slecht, dan is er bij bedrijven geen geld en gaat het goed, dan is er geen tijd. Ondernemers worden nog teveel opgeslokt door hun dagelijkse verplichtingen. Gezien de urgentie op de arbeidsmarkt moeten meer bedrijven de interactie met het onderwijs opzoeken. Verschillende sectoren lopen tegen personeelstekorten aan. Nieuwe speerpunten als het klimaatakkoord en de energietransitie kunnen alleen slagen als er nu voldoende geïnvesteerd wordt in human capital.”

Hybride leraar

Zelf is Koster enthousiast over het fenomeen hybride leraar. Een hybride leraar kiest er voor om deels in loondienst of als zelfstandig ondernemer te werken en deels als leraar voor de klas te staan. “Ik vind dit een mooie oplossing voor het groeiende lerarentekort. Er zijn genoeg mensen die bijvoorbeeld hun commerciële of technische taken in een bedrijf willen combineren met een meer maatschappelijke rol als leraar. Ik vind het interessant om te kijken hoe we die partijen bij elkaar kunnen brengen.”

Tekort oplossen met overschot

Tot slot is een belangrijk aandachtspunt voor Koster de omscholing van mensen uit de branches ‘waar de klappen vallen’, richting de techniek. Een partij als Werk en Vakmanschap zou naar haar idee een rol kunnen spelen bij het enthousiasmeren van mensen voor de technische sector en het scholen ervan. “Het personeelsoverschot aan de administratieve kant kan wellicht een deel van het tekort aan de technische kant helpen oplossen. Dat zijn mensen waarmee we actief aan de slag moeten, zowel met scholing als de juiste coaching en begeleiding.”