Opwaartse trend techniekonderwijs zet zich door

01 juli 2016

Ook in het schooljaar 2015/16 kozen meer jongeren in het voortgezet en hoger onderwijs voor een bètatechnisch profiel en opleiding. De opwaartse trend ten aanzien van het techniekonderwijs van de afgelopen jaren zet zich dan ook door. Voor het eerst in zes jaar neemt ook in het mbo het aantal instromende leerlingen in de bètatechniek licht toe (van 2.917 in 2014/15 naar 3.512 in 2015/16). Dit blijkt uit de op 30 juni 2016 gepresenteerde Monitor 2016, een jaarlijkse uitgave met facts & figures over bètatechniek, van het Techniekpact en Platform Bèta Techniek. Daarnaast blijkt uit de toename van het aantal vacatures dat het herstel op de arbeidsmarkt voor technische en ICT-beroepen zich doorzet. Met name mbo- en hbo-geschoolde technici vinden nu gemakkelijker een baan. Voor bepaalde technische beroepen en met name ICT’ers geldt dat er nog altijd sprake is van een mismatch in vraag en aanbod.

Populariteit bètatechniek blijft groot
Uit de monitor blijkt dat de profielen Natuur en Gezondheid en/of Natuur en Techniek (N-profielen) op zowel de havo en het vwo nog altijd populair zijn. Het aandeel leerlingen dat kiest voor een N-profiel ligt op de havo op 43% en op het vwo op 62% (2015/16). Positief is daarbij het aandeel meisjes dat kiest voor een bètaprofiel: 45% op havo en 50% op vwo (2015/16). Recent onderzoek van Qompas bevestigde dit beeld. De populariteit voor bètatechniek laat zich ook zien in de instroomcijfers in bètatechnische studies in het hoger onderwijs. Het aandeel instromende studenten bètatechniek in het wo steeg de afgelopen tien jaar van 26% naar 36%. In het hbo is het aandeel gestegen van 19% naar 24%. Deze opwaartse trends is nog niet in het vmbo waar te nemen. Alleen landsdeel Oost, één van de vijf landsdelen van het Techniekpact, laat in tegenstelling tot de landelijke trend in het vmbo een stijging van het aantal bètatechnische leerlingen zien.

De eerder door het CBS genoemde sterke daling (3%) van het percentage hoger opgeleide technici onder 25- tot 35-jarigen is – op basis van de in de monitor gehanteerde definitie van bètatechniek – minder groot, namelijk slechts 1% (van 16,9% in 2005 naar 15,9% in 2015). Het verschil komt doordat het CBS specifiek kijkt naar de technische kernopleidingen (techniek, industrie en bouwkunde), terwijl de monitor zich ook richt op de wis- en natuurwetenschappen en informatica.

Techniek en ICT nog altijd krapteberoepen
De urgentie van het Techniekpact uit zich in de cijfers van de arbeidsmarkt. Technische vacatures zijn steeds lastiger vervulbaar. Eind 2015 waren er naar schatting 18.200 vacatures in de techniek en 11.500 in de ICT (ten opzichte van resp. 20.500 en 8.600 vacatures begin 2011). Het UWV verwacht dat de krapte in de techniek en ICT de komende jaren zal voortduren.