‘Tekort is niet met een vingerknip op te lossen’

13 september 2018

“Het imago van de techniek is gekanteld. Mensen associëren techniek niet langer met banen uit het verleden, maar zijn zich ervan bewust dat de techniek een goede keuze is voor de toekomst. Kijk naar de installatiebranche, dat is de ‘enabler’ voor maatschappelijke oplossingen, bijvoorbeeld in de zorg, infrastructuur en het klimaat.”

Doekle Terpstra is voorzitter van UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de technische detailhandel. Verder is hij al enkele jaren actief als aanjager van het Nationaal Techniekpact 2020.

 

Meer belangstelling voor techniek

“Bij de start van het Techniekpact was één van de ambities dat vier op de tien leerlingen en studenten gaan kiezen voor een bèta-opleiding. Dat was toen zeer ambitieus, maar inmiddels kunnen we vaststellen dat dit op een aantal plekken gerealiseerd is. Wie had kunnen denken dat technische universiteiten met een numerus fixus zouden gaan werken? Ook op hbo- en mbo-scholen is de instroom groot. Alleen het vmbo-onderwijs loopt achter. De resultaten daar zijn niet goed genoeg. Dat vergt nog een belangrijke inspanning.”

 

Duurzame en bestendige instroom

Alle successen ten spijt, kampt de techniek nog steeds met grote tekorten. Alleen in de installatiebranche is al een tekort aan 20.000 vakmensen. Een aantal dat naar verwachting nog zal verdubbelen. Terpstra is enthousiast over de inspanningen van OTIB, het Opleidings- en ontwikkelingsfonds voor het Technisch InstallatieBedrijf. “Zij doen het hartstikke goed en leveren een flinke inspanning om de instroom te bevorderen. Recent zijn 150 statushouders klaargestoomd voor een baan in de installatie- of elektrotechniek. Maar het gaat er niet om wat je nú doet. Het gaat om wat je door de jaren heen doet om een duurzame en bestendige instroom in de techniek te bewerkstelligen. Het tekort is niet met een vingerknip op te lossen. We hebben te veel en te lang ingezet op algemeen vormend onderwijs en ons daarbij te weinig gerealiseerd hoe belangrijk techniekonderwijs is. Het huidige tekort is de prijs die we daarvoor betalen.”

 

Kansen zien

Terpstra wijst op andere kansen om de tekorten deels op te lossen. Zo stipt hij de mogelijkheden van procesinnovatie aan. “Een mooi voorbeeld daarvan is digitalisering, bijvoorbeeld via digitale gebouwmodellen (BIM). Hierbij werken de projectpartners vanaf de ontwerpfase samen. Dat levert een betere kwaliteit op van het eindproduct, meer efficiency en minder faalkosten.” Verder is in zijn ogen veel te winnen met de instroom van vrouwen in de techniek. Tot slot wijst hij op de kansen die publiek-private samenwerkingen bieden. “Steeds meer bedrijven starten met bedrijfsscholen. Ik vind dat een prima ontwikkeling. Hiermee wordt een permanente verbinding gelegd tussen onderwijs en praktijk. Leerlingen werken direct in de praktijk en leerkrachten krijgen op hun beurt  meer feeling met de beroepspraktijk. Winst dus voor alle partijen.”

 

Rol Werk en Vakmanschap

Terpstra is enthousiast over de rol die Werk en Vakmanschap speelt bij het verbeteren van het imago van de techniek. “Vakmanschap moet af van het stigma laagopgeleid. Daaraan erger ik me kapot. Vakmensen zijn praktisch opgeleid en dat levert ze een prima uitgangspositie voor een carrière in de techniek. We moeten werken aan het herstel van de waardering voor echt vakmanschap. Ook daaraan kan Werk en Vakmanschap een bijdrage blijven leveren.”